3 November 2019
finissage Reality en lezing Wouter Kusters
18 september 2019 - 03 november 2019
Reality

Beautiful Distress House, Amsterdam, NL
Solo exhibition Reality

opening 18 september 19.00 - 22.00

Beautiful Distress House,
Ms. van Riemsdijkweg 41a
1033 RC Amsterdam

PAST
16 June 2018 - 23 Spetember 2018
Zomergasten
25 November 2017 - 7 January 2018
Beautiful Distress Kunstmanifestatie over waanzin

Group show by Beautiful Distress and Het Vijfde Seizoen at Nieuw Dakota

"Reality is a finger print"

 

23 November - 23 December 2017
Beautiful Distress Kunstmanifestatie over waanzin

Group show by Beautiful Distress and Het Vijfde Seizoen at De School

"It's cloudy inside"

Oktober 2016 -Januari 2017
Kings County Hospital

Artist in residence, Beautiful Distress, New York, USA

April 2016
Discovery Award 2016

‘Blue Hour’ got shortlisted for the LOOP Discovery Award.

29 November 2015 - 24 Januari 2016
Blue Hour

Bradwolff projects, Amsterdam, NL

'Blue Hour' is a collaboration with Merel Karhof

25th of April 2015
award

'Play within a play' has won the 'Honorable Mention Award' in the Experimental Short Competition at Nashville Film Festival (USA)

16 - 25 April 2015
Nashville Film Festival

Nashville, USA

'Play within a play'

21 - 30 December 2014
Donna E Liberta

Associazionne Culturale, Rome, IT

'Eye'

11 - 16 november 2014
Braunschweig International Film Festival

Braunschweig, DE

'Play within a play'

2 november 2014
Museumnacht - CineSonic

EYE, Amsterdam, NL

14 oktober 2014
uitkijk goes short

De UItkijk, Amsterdam, NL

17 July 2014
FEMINA

nternational Women's Film Festival, Rio de Janeiro, Brazil

'Play within a play'

29 March - 27 April 2014
Inner space/Outer space

Sign, Groningen, NL

'Inner Space/Outer Space'
Part of tour BNG Workspace project award 2012

11 February 2014
Best of the Fest: korte films van het International Film Festival Rotterdam

EYE, Amsterdam, NL

25 January 2014
Filmfestival rotterdam

Shorts 2014, Filmfestival Rotterdam, NL

22 September - 17 November 2013
KadS 2013

'Inner Space/Outer Space'
Part of tour BNG Workspace project award 2012

17 August 2013
HELD FESTIVAL
27 July 2013
WINNER OF SCREENGRAB NEW MEDIA ARTS AWARD
27 July - 14 August 2013
SCREENGRAB NEW MEDIA ART EXHIBITION

School of Creative Art’s eMerge Gallery, Australia

'Vessel'
Collaboration with Jasper van den Brink

15 February 2013 - 7 April 2013
14th VIDEONALE

Premiere video installation 'Vessel'. 'Vessel' is a collaboration with video artist Jasper van den Brink

2 December 2012 - 20 June 2013
PEOPLE CAN ONLY DEAL WITH FANTASY WHEN THEY ARE READY FOR IT. THE PAVILJOENS 2001-2012

Museum de Paviljoens, Almere

'Eye'

Filosofie waanzin en werkelijkheid
Wouter Kusters
Lezing van Wouter Kusters t.g.v. de finissage van Yasmijn Karhofs tentoonstelling Reality,
3 november 2019, Amsterdam.

Goedemiddag beste mensen,

We gaan het vanmiddag over de werkelijkheid hebben. We zijn hier bijeen in de galerie van Beautiful Distress waar Yasmijn Karhof vandaag haar expositie “Reality”, oftewel “werkelijkheid” afsluit. Over 20 minuten ga ik met Yasmijn in gesprek over haar werk, en over haar werkelijkheden, maar nu eerst zal ik wat van mijn gedachtes over werkelijkheid op u overbrengen.

Ik ben filosoof, en ben door Yasmijn en Wilco van Beautiful Distress gevraagd om hier te spreken. In mijn eigen werk, mijn filosofie, heb ik me uitvoerig beziggehouden met waanzin en met de betekenis van waanzinnige ervaringen.

Maar voordat we bij de waanzin terechtkomen, begin ik mijn verhaal over de werkelijkheid met een citaat van de Amerikaanse science fiction schrijver, Philip Dick, die de volgende paradoxale en werkelijkheidsoverstijgende definitie gaf van wat wat werkelijheid is

“Werkelijkheid is datgene dat overblijft, wanneer je niet meer in de werkelijkheid gelooft.”

Ik zeg het nog een keer, om het goed duidelijk te maken:

“Werkelijkheid is datgene dat overblijft, wanneer je niet meer in de werkelijkheid gelooft.”

Ik ga deze uitspraak voor u onderzoeken op twee terreinen, op dat van de filosofie, en op dat van de psychiatrie. En beginpunt is het tweede deel van Philip Dick’s citaat, namelijk “wanneer je niet meer in de werkelijkheid gelooft”. Dat niet meer erin geloven, is ook het thema van Yasmijn wanneer ze zegt dat het in haar onderzoek gaat om het verlies van grip op de werkelijkheid.

Filosofen

Wat betreft de filosofen, voor hen geldt zeker dat zij niet meer in de werkelijkheid geloven. Het is hun beroep, hun bezigheid en ook hun noodlot en obsessie, om datgene wat anderen de werkelijkheid noemen, te betwijfelen, te ondergraven, te relativeren.

Wat voor niet-filosofen de werkelijkheid is, noemen filosofen de alledaagse of common sense werkelijkheid, wat dus niet hetzelfde is als de echte werkelijkheid. Van deze alledaagse werkelijkheid doen we gewoonlijk net alsof die echt is, alsof die betrouwbaar is, alsof die leefbaar, kenbaar en berekenbaar is. De common sense werkelijkheid is de werkelijkheid van alledag waarin we bij de bakker een brood kopen, betalen, een brood krijgen, en dat brood opeten. In de alledaagse werkelijkheid zijn de dingen wat ze lijken te zijn, ze blijven wat ze waren, en ze worden waar ze voor waren voorbestemd. Een boom is een boom is een boom. En een stoel blijft een stoel. De dingen zijn wat ze zijn, en wat de mensen zeggen, is wat ze denken. En wat ze denken - dat klopt zo ongeveer met hoe het is. Zo gaat dat in de alledaagse werkelijkheid, bij de bakker en bij de bloemist. Alledaagse werkelijkheid, voortgekomen vanuit een of andere droom over hoe de dingen gaan, hoe ze zouden moeten gaan, en hoe ze zijn gegaan en zijn vastgelegd. En in die alledaagse werkelijkheid zou liefde liefde moeten zijn en haat zou haat zijn. Je moeder is daar je moeder, en God, ja God, die is er niet, of als die er is, dan is die niet werkelijk, niet alledaags en zeker niet voor iedereen.

Maar de filosoof gelooft dus niet meer in die alledaagse gang van zaken. Want wat is nou werkelijk werkelijk? Van oudsher geloven de filosofen niet in dingen die er maar even zijn, en er dan niet meer zijn. Ze geloven niet in schaduwen, spiegelingen, rimpelingen op het water of voorbijtrekkende regenwolken. De werkelijkheid moet datgene zijn dat er echt altijd en overal is, anders is het geen werkelijkheid. Dus brood telt nauwelijks mee, ook stoelen niet, want die horen bij de menselijke vergankelijkheid. Een boom maakt al meer kans op werkelijkheid, want dat is een exemplaar van een natuurlijke soort. Maar nog werkelijker zijn de natuurlijke bewegingen van de sterren, de zon en de maan. In de geschiedenis van de filosofie vond men echter ook die niet werkelijk genoeg, want te beweeglijk. En zodoende kwamen de filosofen met de meest grootse en abstracte gedachtes waarvan ze meenden dat die pas werkelijk waren. Zoals datgene dat alles beweegt, maar zelf niet beweegt, de onbewogen beweger van Aristoteles, of niet zozeer concrete stoelen en broden zouden werkelijk zijn, maar wel de gedachte of de idee van een stoel en een brood of een boom, bij Plato.

Maar gedurende de eeuwen die verstreken werden ook de Ideeen van Plato te licht bevonden om als werkelijk te tellen. Men kwam erop uit dat de enige echte werkelijkheid die eeuwig was en zal zijn, dat dat de schepper van de Ideeen zou zijn: de kenner van de vluchtige gedachtes, en de veroorzaker van de vergankelijke wereld, namelijk de almachtige God. Maar uiteindelijk na vele eeuwen voldeed ook die ene God niet meer, en belandden de filosofen in de hedendaagse voortdurende verwarring over wat nog werkelijk mag heten.

Om de huidige geestestoestand en houding onder filosofen ten opzichte van werkelijkheid te begrijpen voldoet nog altijd het aangrijpende citaat van Nietzsche uit De vrolijke wetenschap over De Dolle Mens:

“Hebt gij niet gehoord van de dolle mens, die op klaarlichte morgen een lantaarn opstak, op de markt ging lopen en onophoudelijk riep: 'ik zoek God! Ik zoek God!' - Omdat er daar juist veel van die lieden bijeenstonden die niet aan God geloofden, verwekte hij een groot gelach. 'Is hij soms verloren gegaan?' vroeg de een. 'Is hij verdwaald als een kind?' vroeg de ander. 'Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Is hij scheep gegaan? Naar het buitenland vertrokken?' - Zo riepen en lachten zij door elkaar. De dolle mens sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. 'Waar God heen is?' riep hij uit. 'Dat zal ik jullie zeggen! Wij hebben hem gedood - jullie en ik! Wij allen zijn zijn moordenaars! Maar hoe hebben wij dit gedaan? Hoe hebben wij de zee kunnen leegdrinken? Wie gaf ons de spons om de horizon uit te vegen? Wat hebben wij gedaan, toen wij deze aarde van haar zon loskoppelden? In welke richting beweegt zij zich nu? In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle horizonnen? Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet als door een oneindig niets? Ademt ons niet de ledige ruimte in het gezicht? Is het niet kouder geworden? Is niet voortdurend nacht en steeds meer nacht in aantocht?”

Op die vraag van Nietzsche of wij niet als door een oneindig niets dolen, of er nog enige werkelijkheid kan zijn, om houvast aan te hebben, komen moderne filosofen met verschillende antwoorden. Deze beantwoorden ook de vraag van Philip Dick: welke werkelijkheid blijft over, als je niet meer in de werkelijkheid gelooft?

Wel, in de moderne filosofie gelooft men niet meer in een objectieve werkelijkheid, en ook niet in een subjectieve werkelijkheid, en al helemaal niet meer in iets absoluuts of goddelijks dat beide zou omvatten of overstijgen. In de voorzichtige pogingen om toch nog iets van betekenis te zeggen, schuiven moderne filosofen aarzelend een soort tussengebied naar voren. Een zone tussen het subjectieve en objectieve in. Ze hebben het dan over de taal, of het lichaam, of het relationele, of het differentiele, of het narratieve, of over waarden allemaal concepten en ideeën die niet te reduceren zijin tot iets objectiefs maar ook niet tot iets subjectiefs.

Door het verlies van de eerdere werkelijkheid, blijft voor de filosofen slechts een werkelijkheid over die niet meer voor altijd en eeuwig iets blijvends is, daar is geen ziel, geen god, geen kennis, geen innerlijk weten, geen uiterlijke zekerheid.

Waanzin

Nu gaan we naar de tweede situatie waarvoor de uitspraak van Philip Dick van toepassing is. De tweede groep personen die niet meer in de werkelijkheid geloven. Dat zijn de waanzinnigen, een groep die deels overlapt met de bewoners van het psychiatrisch ziekenhuis in Brooklyn waar Yasmijn haar onderzoek deed. Bij deze patiëntengroep verdwijnt het geloof in de werkelijkheid op een andere manier. Laten we het nog even vanuit de filosofie benaderen. De beroemde Oostenrijkse filosoof Ludwig Witggenstein schreef, ik citeer:

“Ik zit met een filosoof in de tuin; hij zegt herhaaldelijk ‘Ik weet dat dat een boom is’, waarbij hij wijst naar een boom in onze nabijheid. Er komt iemand bij zitten, en ik zeg tegen hem: ‘Deze man is niet gek: we filosoferen alleen.”

En dat is precies de manier waarop de waanzinnigen zich verhouden tot de filosofen. Bij de filosofen is de radicale twijfel aan de werkelijkheid slechts een filosofische hobby of puzzel, “ze filosoferen alleen”. Bij de waanzinnigen is diezelfde twijfel over de alledaagse werkelijkheid, over alledaagse bomen, een wanhopig om zich heen grijpen terwijl hij door het ijs zakt. Hoe meer hij probeert vast te grijpen, hoe meer grip hij verliest op die alledaagse werkelijkheid. De filosoof die hakt een gat in het ijs, laat daarin zijn hengel zakken en gaat vissen. Of hij neemt een koudebestendig duikpak mee, en duikt onder het ijs. De waanzinnige die wilde zo graag schaatsen, maar zakte tegen zijn wil door het ijs, en hoe harder hij om zich heen slaat, hoe meer stukken ijs afbreken. Het ijs scheurt, het is koud daaronder, het is daar voortdurend nacht en steeds meer nacht is in aantocht.”

Bij de waanzinnige verscheen ongewild een scheur in de werkelijkheid, ze verloren hun geliefde, hun moeder of hun vader, hun kind, of iets van zichzelf: hun land, hun geloof in God, hun geloof in de mensen, hun geloof in toekomst en verleden, hun geloof in beloftes, hun geloof in geloof, in de tijd en in de werkelijkheid u kunt het allemaal nalezen en nahoren hier op de tentoonstelling. En dat verlies, dat sloeg een wond, een trauma, het maakte een scheur waardoor de alledaagse werkelijkheid niet meer klopte.

Alsof je daarvoor altijd in een droom leefde, vanuit een droom van beloofd geluk, van verwachtingen en goedwillendheid, alsof je in een film zat, zelf de hoofdpersoon, op weg door het leven, naar avonturen, naar spanning, geluk, op jacht naar vervulling van verlangens. Maar dan. Alsof je opeens merkt dat het allemaal echt een film is, of eigenlijk was. Je ziet opeens het filmdoek, je ziet de acteurs, iedereen speelt een rol, het doek scheurt, je kan er niet meer aan meedoen. En dan. Dan geloof je niet meer in de droom, niet meer in die werkelijkheid. En er verschijnt een nieuwe werkelijkheid, één die oneindig veel echter en werkelijker is dan die werkelijkheid die je heeft bedrogen, die je hebt doorzien. En in die nieuwe werkelijkheid zie je wat er zich werkelijk afspeelt, hoe die andere schijnwerkelijkheid van de half-slapenden in elkaar zit. Het is alsof je opeens door het filmdoek heen kunt kijken, je hebt het derde oog gekregen, je ziet de projector, je ziet vanwaaruit alles komt, waar het licht vandaan komt, hoe de mensen en figuren zich volgens regels en scenario’s bewegen en gedragen.

Het is alsof erachter zich iets verborgen had gehouden. Een duister moeilijk onder woorden te brengen geheim. Alsof er steeds iets op de loer lag. Door het wak komt iets bovendrijven. Het is een scheur in de werkelijkheid waardoor de monsters en nachtwezens hun kans schoon zien en de duisternis niet langer meer afgedekt blijft door de geruststellende, sussende, troostende werking van de taal. In plaats daarvan keren de taal en de alledaagse werkelijkheid zich tegen je, ze werken averechts, ze horen niet meer bij die oude werkelijkheid van de film, maar het gaat nu over de projector, de projecties, het licht, het decor, het plot en het complot.

Je ziet de film stoppen, uiteenvallen, de acteurs stappen uit de film, ze komen naast je zitten. En je stamelt tegen hun, dat je de zee hebt leeggedronken. Dat je met een spons de horizon hebt uitgeveegd. Maar zij begrijpen je niet. Zij zeggen dat jij de werkelijkheid niet meer begrijpt, dat je je grip op de werkelijkheid kwijtbent, dat je in je eigen subjectieve werkelijkheid zit. Maar dat zit je niet, want je ziet nu juist hoe zij in hun alledaagse werkelijkheid met hun rollen en regels gevangen zitten.

Net als de filosofen geloof je niet meer in de werkelijkheid, niet meer in de objectieve, maar ook niet in de subjectieve. En je moet het doen met wat er dan overblijft. Maar aan de meeste filosofen heb je dan nog niet zoveel. Zij halen instemmend Leonard Cohen aan: There is a crack in everything, that’s how the light gets in.

Maar voor de waanzinnigen is dat licht te fel, ze voelen zich eerst verlicht, maar daarna overbelicht en doorgelicht, doorgestraald, en het licht slaat in zijn tegendeel om, en wordt duister.

Maar als Leonard Cohen niet helpt, wat kan je dan beter doen als je naast een gek zit? Laten we nog even teruggaan naar die tuin van Wittgenstein. Voor de waanzinnige zou die uitspraak beter zo kunnen luiden: “Ik zit met een gek in de tuin; hij zegt herhaaldelijk ‘Ik weet dat dat een boom is’, waarbij hij wijst naar een boom in onze nabijheid. Er komt iemand bij zitten, en ik zeg tegen hem:‘Deze man is gek: en daarom filosoferen we.”

Tot slot wil ik nog één kleine bijdrage aan de tuin leveren. Of eigenlijk een verbale toevoeging aan het wandkleed van Yasmijn. U weet wel, waar al die waanzinnigen en andere dolenden ook in een soort tuin staan en uitspraken doen. Ik zou daar één persoon met één uitspraak aan willen toevoegen. Namelijk een zekere Harald Kaas, een als schizofreen gediagnosticeerde schrijver en dichter uit Duitsland, die veel te vroeg uit het leven stapte. Harald Kaas schreef het volgende, waarmee ik ook afsluit:

‘Wanneer de waanzin als water stijgt en boven de vloedmarkeringen uit komt, zijn er ogenblikken waarop iets zich onthult waarvan je niet openlijk spreken kunt. Daarom wordt het het duidelijkst verkondigd in het stamelen van degenen die door haar licht zijn uitgebrand en ertoe veroordeeld zijn er levenslang niets meer over te zeggen.’


Voor info over de gebruikte literatuur en om verder te lezen over filosofie, waanzin en werkelijkheid, zie met name het eerste hoofdstuk van:

Wouter Kusters (2014). Filosofie van de waanzin. Fundamentele en grensoverschrijdende inzichten. Rotterdam: Lemniscaat.

Of
Wouter Kusters (to appear).
Philosophy of Madness. Fundamental and

Transgressive Insights. Cambridge (Massachussets): MIT Press.

e-mail: wouter@kusterstekst.nl
www: http://www.wouterkusters.nl/ ; http://kusterstekst.nl/?page_id=23

 

Print text 'Filosofie waanzin en werkelijkheid'
Back to 'texts'